sprak er lange tijd met niemand over (de “mensen” zouden me wel gek verklaren) maar wist dat ik nooit meer dezelfde zou zijn. Maar die handen en die woorden zouden me door de volgende jaren trekken. Het beeld en de boodschap zouden me in stormen brengen maar me er ook doorheen helpen. Ik ging toen door de klassieke midlifecrisis, had de even klassieke problemen met opgroeiende kinderen en werk. Maar sinds die ervaring was ik nooit meer alleen met mijn problemen. Telkens ik door het leven neergesmeten werd, waren die Handen daar om me op te trekken en te dragen. En de boodschap werd de leidraad van mijn leven. Later kwam ik te weten dat de woorden, woorden van Jezus waren. Ik begon in de Bijbel te lezen en kwam bij Jezus thuis. Ik keerde me naar Hem en werd christen. Wedergeboren, lichamelijk én geestelijk. Opgestaan.
Sindsdien zijn die handen veelvuldig teruggekomen in mijn leven. De ervaring was zo sterk dat ik er in slaag me te verbeelden dat niet de handen naar mij komen maar dat ik er zelf in geluk over het water te wandelen naar die handen toe. Ik leerde opnieuw sinds mijn vroege jeugd wat gebed was. En tastbaar geloof in een reële God. En pas veel later zou ik begrijpen dat Zijn woorden : “gij zult Mijn kerk zijn”, betekenden dat ik geroepen zou worden tot discipelschap. Kerk, van het Griekse “Ecllesiaste”, een groep van geroepenen. Ik, de fervente atheïst, een man met een Gods-roeping. Onvoorstelbaar.
Ik weet ondertussen dat ik ooit naar die Handen zal terugkeren om opgenomen te worden in de eeuwigheid van hun omsluiting. Om ontvangen te worden in een volgend leven. Dat de Wachter er opnieuw zal zijn om mij te begeleiden in mijn keuze verderop. Op de Weg. Ondertussen is mijn relatie met God zo sterk geworden, dat ik vraag ook mijn kinderen en vele anderen te willen opnemen, vast te houden en te beschermen wanneer ik het zelf niet kan. En het werkt. En de dood is geen gevreesde onbekende meer.
Voortdurend, wanneer ik op zoek ben naar de adem van God’s aanwezigheid, sluit ik de ogen. Dan komt het beeld terug van die twee enorme handen, omgeven door een schitterend licht in die vroege ochtend. Ze leggen zich dan ontvangend open op het wateroppervlak en reiken naar me in afwachting dat ik de stap doe om over het water naar hen toe te stappen.
Wat een wonder was het toch toen diezelfde handen het heelal boetseerden en deze wonderlijke blauwe planeet met al zijn levensvormen. De Handen van de Schepper. De handen die ons opvangen als we vallen en ons herstellen wanneer we gewond raken of anderen verwonden. De handen van de Verlosser. Dezelfde handen die ons op de schouder tikken en onze aandacht op de genade van God vestigen wanneer we dat het minst verwachten. De handen van de Geest.
De ervaring gaf me een kracht en een inzicht die door weinigen begrepen worden. Ook Conny heeft die “incredible drive”. Ik wilde zoveel ineens realiseren. Zij ook. Maar dat was mijn en haar idee en dat staat tot vandaag niet in Zijn plan. Blijkbaar is het niet mijn verbaal talent of mijn krachtige houding die mensen naar Hem brengt, maar eerder de stille dienstbaarheid in liefde. Een totale ommekeer. Een voortdurende leerschool. Het was dan ook enkel maar wanneer mensen, zelfs totaal ongelovige, met hun problemen bij mij kwamen en ik een helpende hand mocht aanreiken, voor hen mocht bidden en zij me vroegen waarom ik dat deed, dat ik over de ervaring van de handen durfde spreken. Tot ik later Conny ontmoette. En samen met haar wil ik nu getuigen van de totale ommekeer in ons leven. En over de drang naar buiten te treden met onze ervaringen. Ook Jezus getuigde zonder schroom over Zijn Vader, ook als velen daarna niet meer met Hem wilden omgaan. (Johannes 6,66). En in Zijn spoor zegt ook Petrus: “Wij kunnen gewoon niet zwijgen over wat wij hebben gezien en gehoord." (Handelingen 4,20). Hij werd in de gevangenis geworpen maar later weer vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen. Niet vrijgesproken, nog steeds met argwaan bekeken! En zo worden Conny en ik ook in deze tijd nog beoordeeld. En al diegenen die durven te getuigen over hun directe ontmoeting met God: “non enim possumus quae vidimus et audivimus non loqui!”(Vulgata). Wij kunnen gewoon niet meer niet spreken. Wat jij dan ook van ons denkt: indien je niet meer met ons wil optrekken of zelfs indien je
ons verwerpt: wij zullen niet meer zwijgen. Want Jezus is Heer! Boven alles!
Doe dit eens: Zet je eens neer op een plaats waar je rustig en comfortabel kunt relaxeren. Sluit je ogen en haal enkele malen diep en rustig in en uit. Breng je gedachten tot rust en maak je inwendige leeg van alle beslommeringen en zorgen. Wanneer je volledig tot rust gekomen bent, open dan je kanaal om God te kunnen ontvangen. Stel je voor dat je op dat strand bent en dat je die Handen ziet waarover ik je sprak. En het felle licht. Weet dat die handen kunnen genezen, naar jou reiken en je verwelkomen en al diegenen die jij liefhebt. Waag de eerste stap en ga over het water. Je zult niet zinken.
Laat je opnemen en rust in die handen. Laat ze je omsluiten en je door God dragen door al je aardse beslommeringen.
Ik wens je een helende ontmoeting toe.
En de moed om er over te spreken.
Non possumus non loqui. Mijn lijfspreuk ondertussen.
En zwijgen: nooit meer.
Booker.