De Drenkeling;
Ene meneer A ligt in het water en is druk bezig het hoofd boven water te houden, hij verdrinkt bijna.
Meneer J komt met zijn bootje naar meneer A gevaren, en zegt; ,,steek je hand uit, dan trek ik je in de boot en ben je gered, je kunt het, kom op!’’
Situatie 1;
Meneer A zegt; ,,ik geloof niet dat ik mijn hand kan uitsteken… blub… blub… blub…
einde meneer A.
Situatie 2;
Meneer A steekt wanhopig zijn hand net boven het water uit, en de sterke meneer J trekt hem in de boot, hij is gered!
Nu is de vraag; wie wordt gehuldigd, wie krijgt alle eer voor de redding?
a. Meneer A in situatie 2, omdat hij zijn hand uitstak?
b. Meneer J, omdat Hij de Redder is?
Wie oren heeft om te horen, die hore…