Hoedt u voor de slang
O, hoedt u voor de slang,
want hij ligt altijd op de loer.
En al ontkent u dit zelfs stoer,
hij kent uw zwakheden al lang.
O, hoedt u allen, voor de slang!
Hij zit vol list, bedrog en haat.
Als u hem in uw leven laat,
komt narigheid pas goed op gang.
O, hoedt u toch, voor satans val.
Eerst wordt u zoet gebeten,
dan uw geest vergiftigd, opgevreten.
Hij stuurt u recht af, op verval.
Dus hoedt u mens, voor het serpent!
Blijf ver van hem vandaan.
Ga maar gauw op Jezus aan,
Daar is de plek, waar u veilig bent.